Kat met diabetes

Suikerziekte bij de kat

Een alarmerende hoeveelheid katten krijgt wereldwijd te maken met diabetes mellitus (suikerziekte). Evenals bij hun baasjes is een kat met diabetes een moderne welvaartsziekte. Bij deze ziekte wordt er niet genoeg insuline aangemaakt om de bloedsuikerspiegel oftewel glucosespiegel in het bloed optimaal te balanceren.

Klachten die gepaard gaan met diabetes mellitus zijn onder andere gewichtsverlies, verminderde eetlust, soms juist een enorm toegenomen eetlust, braken, dehydratie verschijnselen (uitdroging), lethargie, vermindering van de motorische capaciteiten, comateuze toestand en uiteindelijk kan de kat eraan overlijden. Uit verschillende studies is gebleken dat ongeveer 0,5 % tot 2 % van de kattenpopulatie lijdt aan deze ziekte wereldwijd. Maar dit zijn er waarschijnlijk veel meer.

Ontstaan van suikerziekte

Hoe ontstaat diabetes mellitus nu eigenlijk? En wat zijn de oorzaken ervan dat steeds meer katten lijden aan deze ziekte?

Daarvoor moet men eerst weten hoe het lichaam functioneert zonder problemen met insuline. Cellen in het hele lichaam hebben energie nodig om hun werk te kunnen doen. De energie halen ze uit glucose. Glucose komt het lichaam binnen via de voeding. Na veel andere processen is het klaargestoomd om door de lichaamscellen opgenomen te worden. Insuline is het aangewezen hormoon hiervoor. De pancreas is het orgaan die voor de productie van insuline zorgt. Insuline maakt het mogelijk dat de cellen glucose kunnen opnemen. Dit hormoon bindt zich aan de glucose en vormt zo een bruggetje, waardoor de cel in staat is het tot zich te nemen. Een tekort aan deze opname zorgt ervoor dat de cellen een tekort krijgen aan energie.

Diabetes mellitus typen

Er zijn twee soorten diabetes mellitus. Bij diabetes mellitus type 1 ontstaat er een veel te hoge concentratie aan glucose in het bloed. Deze ontstaat door een tekort aan insuline. De pancreas lukt het niet om genoeg insuline te produceren om de glucosespiegel in balans te brengen.

Bij diabetes mellitus type 2 is er sprake van een te hoge concentratie aan glucose in het bloed, omdat de cellen niet correct reageren op het hormoon insuline. Bij dit type is er wel genoeg insuline aanwezig in het bloed, maar kan er geen bruggetje gevormd worden, waardoor de cellen hun glucose niet meer kunnen opnemen. Onze huiskatten zijn meestal gediagnosticeerd met diabetes type 2.

Gevolgen

Omdat de cellen in het lichaam energieloos zijn, gaan ze energie proberen te halen uit andere bronnen. Dit gebeurt door afbraak van lichaamsvet en eiwitten. De eiwitten zijn voornamelijk afkomstig uit spierweefsel. Als gevolg treedt er ook spierafbraak op en dat is van buiten ook zichtbaar. De kat verliest gewicht en wordt steeds magerder.

Een ander probleem dat optreedt bij zo’n hoge concentratie aan glucose in het bloed, is dat het lichaam deze ook moet uitscheiden. Dit gaat via de nieren. Zij filteren het bloed en halen alle glucosemoleculen uit het bloed en dat wordt uitgescheiden via de urine. Maar veel glucose in de urine onttrekt ook veel water uit het lichaam. Het dier gaat steeds meer urineren (polyurie). Hierdoor gaat er een alarmbelletje af in het lichaam, waardoor het dorstcentrum wordt geprikkeld. Hierdoor gaat de kat veel meer drinken om te compenseren met het extra vochtverlies via de nieren. Dit wordt ook wel polydipsie genoemd.

Risicofactoren

Risicofactoren voor het ontstaan van diabetes mellitus bij katten zijn obesitas, ouderdom, verminderde fysieke activiteit, mannelijk geslacht, castratie en te lang aangehouden glucocorticoïd therapie. Een aantal van die factoren staan in verbinding met elkaar. De wat oudere katten bewegen minder, waardoor er eerder een teveel aan energie ontstaat in het lichaam. De opname van energie zal niet veranderen en deze zal worden opgeslagen in de vetopslag door het lichaam. Hoe dikker het dier wordt, hoe minder actief hij zal zijn en hij zal toch door blijven eten.

Castratie van het mannelijke dier geeft een verandering in de hormoonhuishouding, waardoor hij eerder zal aankomen in gewicht. Vaak worden ze ook wat gemakkelijker van aard en wat luier, dus er zal ook minder bewogen worden. Bij langdurige glucocorticoïd therapie treedt er ook een verandering in de hormoonhuishouding op, waardoor het ontstaan van diabetes mellitus vergemakkelijkt wordt. Ook schijnt dit probleem ras gevoelig te zijn. Bij de Birmees is een genetische factor hiervoor aangetoond. Er zijn dus regelmatig ook veel te dikke katten, die veel eten om hun energiebehoefte aan te blijven vullen, in plaats van alleen maar zwaar vermagerde katten die totaal geen eetlust hebben.

kat met diabetes

Diagnose

De diagnose diabetes mellitus bij de kat wordt door middel van bloedonderzoek en urineonderzoek gesteld. Uw dierenarts zal aan de hand van de klachten waarmee het dier komt, gerichtere vragen gaan stellen om tot deze conclusie te komen. Bij de bloed- en urinetest wordt de concentratie glucose gemeten. Dat klinkt vrij eenvoudig, maar bij katten hoeft dat niet altijd zo te zijn. Bij katten die zich erg druk maken, kan stress hyperglycemie optreden. Door stress gooien veel cellen in het lichaam in een keer al hun glucose eruit, waardoor de glucosespiegel ineens opmerkend kan gaan stijgen. Bij verdenking hiervan kan uw dierenarts eventueel ook de hoeveelheid fructosamine in het bloed van uw kat meten.

kat met diabetes

Behandeling

Diabetes mellitus is in principe niet te genezen. Bij een goed behandelplan die netjes wordt gevolgd, kan bij een gedeelte van de dieren een gehele of partiële remissie optreden. Maar heel vaak is dit niet het geval.

Afhankelijk van het gewicht van de kat zal er een aanpassing in het dieet van de kat moeten worden gemaakt. De speciaal voeding voor katten met diabetes mellitus bevatten over het algemeen een verminderde hoeveelheid aan koolhydraten. Als de kat aan ondergewicht lijdt, zal het dier meerdere malen per dag gevoerd moeten worden. Maar heeft het dier last van overgewicht, dan zal er een uitgebreid afvalplan moeten worden opgesteld.

De kat zal insulinetherapie moeten krijgen. Oraal zijn er geen goede middelen te verkrijgen. Dus zal de kat 1 tot 2 maal daags gespoten moeten worden met insuline. Uw dierenarts zal door middel van regelmatige bloed- en/of urinetesten bepalen welke dosis de kat moet worden toegediend. Wordt dit niet regelmatig gecontroleerd, dan kan er een hypoglykemie optreden. Dit kan tot de dood leiden.

kat met diabetes

Met andere woorden, dieren met diabetes mellitus gaan gebaat bij een goed behandelplan waar zeer streng aan wordt gehouden. Ook moet er om de zoveel maanden gecontroleerd worden of de bloedsuikerspiegel in balans is. Alleen op deze manier kan de kat nog enkele jaren mee.

Toont u kat andere gezondheidsproblemen die niet duiden op diabetes? Vraagt u zich bijvoorbeeld al lange tijd af waarom uw kat kwijlt? Lees dan ook onze andere artikelen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *